IJSSELMONDE
YSSELMONDE,
(Het Dorp) gelegen in eene Ambagtsheerlijkheid van dien naam, in Zuid
Holland, ontleende zijnen naam van zijne ligging aan de mond van den Yssel; 't
zij dan dat dezelve hier zijn begin nam, gelijk zommigen willen, of dat de
Rivier aldaar haare uitwatering hadt, zo als anderen beweeren.
Reeds
op den Jaare 1076 vindt men dit Dorp vermeld. Doch dit, door verloop van tijd,
doorbreeken van Dijken en wegspoelen van Landen, vergaan zijnde, wierdt, in de
plaats daar van, het tegenwoordige dorp gebouwd, schuins tegenover den Mond van
den Yssel, recht tegenover het Kralinger Veer in Schieland, van waar men, met
een Pont, na Ysselmonde overvaart, om langs dien weg, wanneer men daar toe den
wil heeft, na Dordrecht voort te reizen.
Men
heeft hier eene fraaie Kerk, van welke de stigtingstijd door zommigen op het
Jaar 1462 wordt gesteld. De grond van hun gevoelen is, om dat men dat Jaargetal
ontmoette op eenen Klok, welke te bersten geluid zijnde, zedert uit den Toren
wierdt genomen.
Voorts
pronkt het gewijde Gestigt met twee Torens, den eenen, egter, grooter dan den
anderen. Volgens aloud gebruik ontmoet men ook 'er eenige fraai beschilderde
Kerkglazen. Eén Predikant neemt hier den gewijden dienst waar onder de
Hervormden. Hij is lid der Klassis Schieland.
zie H A L M A
YSSELMONDS
- AMBAGTEN.
Bij deezen naam is het District bekend, gelegen schuins tegenover Rotterdam,
ten Oosten, aan de Noordzijde van de Maas.
Het
wordt in twee Ambagten onderscheiden, ieder van welken zijnen bijzonderen
Ambagtsheer, en afzonderlijke Regeering heeft. Zij worden genoemde, naar hunne
ligging op de Kaart, Oost-Ysselmonde en West-Ysselmonde.
YSSELMONDE, (Oost-) ook zomtijds Gijsbrecht-Jacobs-Ambagt genaamd, is de grootste de twee
Ambagtsheerlijkheden van dien naam; zij bevat, volgens opgave in de
Verpondingslijsten, vijfhonderdeenëntachtig Morgens en honderdvijftien Roeden
Lands. Volgens de zelfde Lijsten zou het getal de Huizen, in de geheele
Ambagtsheerlijkheid, het Dorp daar meede onder begrepen,
honderdvijfentwintig en een Koornmolen bedraa-
gen. Het Dorp, boven vermeld, ligt in deezen oord. Ook vondt men 'er
eertijds het Slot, waar van wij vervolgens zullen spreeken.
Oost-Ysselmonde
wierdt, in vroegere dagen, van den Graave van Egmond, doch zedert van de
Graaflijkheid van Holland, ter leen gehouden.
De
Ambagtsheerlijkheid, van welker eerste Indijkinge wij den tijd niet vinden
aangetekend, in den Jaare 1446 zijnde ingebroken, hebben, zedert de
Ambagtsheeren van Ysselmonde met de Vrouwe van het naastgelegen Rieder-Ambagt,
eene Overeenkomst gemaakt, om gezamentlijk den Hordijk te dijken, en de beide
Ambagten onder éénen Dijkschouw te brengen.
De
Overeenkomst was geteekend op den eenëntwintigsten Maij des straks gemelden
jaars
zie
Oudenhoven, Beschr.van Zuidholland.
Uit:
Vaderlandsch Woordenboek door Jacobus Kok, 1795
IJSSELMONDE
============
De
geweldige vloed, die in 1375 Zuid Holland had geteisterd, had ook in de omgeving
van Rotterdam veel land verzwolgen. De grote Riederwaard verdween in de
golven. Ridderkerk, IJsselmonde,
Carnisse, Barendrecht, Pendrecht en Zwijndrecht werden verwoest. Het land van
Zwijndrecht ging verloren. Allen Pernis bleef behouden. De gevolgen van de vloed
deden zich dertig jaar lang voelen.
---
Aan
de overkant van de Maas ligt IJsselmonde,
thans eveneens voor een belangrijk deel bij Rotterdam gevoegd. Het eiland
IJsselmonde, welke naam voor zichzelf spreekt, was in de Middeleeuwen een deel
van de Riederwaard, zo genoemd naar het oude en aanzienlijke geslacht Riede dat
in de 11e eeuw in deze omgeving uitgestrekte landerijen bezat.
De
dorpen IJsselmonde, Barendrecht, Carnisse, Charlois en Katendrecht
ontstonden er al vrij vroeg. Het waren dijkdorpen die later meer landinwaarts
kwamen te liggen doordat allengs meer laag land werd ingepolderd. Rotterdam was
oorspronkelijk ook een dijkdorp.
IJsselmonde
heette omstreeks 1400 Islemunde en is ontstaan rondom een kasteel. Veel
wederwaardigheden maakte het niet door, behalve wat schermutselingen in de
eerste Middeleeuwen toe het slot ingenomen werd en verwoest.
In
1483 bouwde een ridder, Floris Olm van Wijngaarden, een nieuw dat tijdens de
Hoekse en Kabeljouwse twisten verwoest werd, om in 1685, tijdens het leven van
de kinderen van Aert Ploennen-
en Clement Ploennen Ouwens,
door een Engels edelman, Jacob Lampsens, weer op indrukwekkende wijze herbouwd
te worden. Deze Lampsens leefde slechts kort te midden van zijn weelde van
vijvers, tuinen en torens. Het kasteel ging in eigendom over aan de Rotterdammer
Joan de Mey die het weer aan Jean Bichon verkocht.
Deze
was van het geslacht der Bichons van IJsselmonde hetwelk aan de stad Rotterdam
een bekend burgemeester leverde.
De
Franse namen die volgden op de namen die van Albrecht van Beieren, een der
eerste indijkers van deze landen, herinneren er aan dat zich op de linker
Maasoever vele Hugenoten hebben gevestigd en ook vluchtelingen om des
geloofs wille uit Vlaanderen- en Walenland. Geen wonder dat men daar minder
verdraagzaam was dan elders in deze contreien. Er bestaat een verhaal over een
dorpsruzie in de Patriottentijd die eindigde in een kloppartij.
Van
de bewoners van IJsselmonde bestaat nog een anekdote. Ze waren bijzonder trots
op hun mooie kerk. In de zestiende eeuw moesten daarvan de klokken vergoten
worden. Gerrit van Spaen, de geschietschrijvende bakker, vertelt er in zijn
"Beschrijving van Rotterdam" het volgende over: "Niet lang
geleden, te weten in den jare 1689, is de klok van IJsselmonde te berste geluid.
Deze beneden gebragt zijnde vond men er den datum 1462 op staan, zij was volgens
het opschrift Maria's Visitatie toegewijd en dit alzoo zekerlijk de tijd wanneer
de kerk gesticht is. Deze klok, welke van te voren zeer goed van klank was en
waar in boeren meenden dat zeer veel zilver zat, wilden zij niet van het dorp
laten halen om te vergieten maar het daar ter plaatse gedaan hebbende."
---
Het
toenmalige Oost IJsselmonde werd in 1658 door de stad Rotterdam aangekocht.
Uit:
"Rotterdam van vissersdorp tot wereldhaven"
door Kees Hazelzet, 1944